Op zoek naar onze ‘eeuwige’ identiteit
In het project Skeleton ben ik op zoek naar onze ‘eeuwige’ identiteit, de identiteit die ook na onze dood nog iets kan vertellen over wie wij waren. Tijdens het leven is onze uiterlijke verschijning de meest toegankelijke en daardoor belangrijkste drager voor onze unieke identiteit. Wij herkennen iemand aan zijn iris, zijn gezicht of zijn unieke vingerafdruk, maar die buitenkant geeft nog geen zicht op onze binnenkant en het skelet dat ons letterlijk staande houdt.
Het skelet als symbool van de dood
De relatie die wij als mens hebben met ons skelet is tweeledig. Enerzijds is het skelet tastbaar en nabij: we voelen het elke dag en het geeft ons de mogelijkheid om te bewegen. Tegelijkertijd is het skelet het symbool van de dood, waar we bij leven zo ver mogelijk vandaan willen blijven. Uiteindelijk staat ons skelet daardoor meer voor het leven dan voor de dood. Het is deze metafoor die ik in Skeleton letterlijk wil kunnen vasthouden.
Het symbool van de dood via een 3D-kopie
Voor Skeleton heb ik met een high tech CT-scanner een exacte kopie van mijn lichaam laten maken. De digitale informatie die deze scan opleverde is vervolgens geschikt gemaakt voor een reproductie door een 3D-printer. Zo kan ik nog tijdens mijn leven het symbool van mijn eigen dood in handen houden. Deze driedimensionale kopie is te zien als ‘het ware beeld’, het vera icon.
Moderne variant van het spiegel portret
Vroeg-Italiaanse schilders gebruikten voor hun zelfportretten vaak een spiegel, waarmee een Ritratto fallo al specchio of spiegel portret ontstond. Doordat ik via een 3D-print kan beschikken over een reproductie van mijn eigen skelet, geeft het Skeleton-project mij nieuwe mogelijkheden voor het zelfportret. De ‘spiegeling’ is ierbij – bij gebrek aan een ‘beeltenis’ – onderdeel van een ‘constructie’ en daarmee van iemands positie en status én van de erkenning daarvan.
Zo gebruik ik in Skeleton / Zelfportret 20 het fenomeen van het reliek, waarbij de relatie tussen het object en de verering daarvan centraal staat. Stikt genomen is het de aanbidder die de kracht legt in het object, want het object zelf heeft geen intrinsieke waarde. Skeleton / Zelfportret 20 is een gouden afgietsel van het bot van mijn rechter bovenarm (de humerus). Dit afgietsel bevat drie kilo goud, waarmee ik de waarde heb verplaatst naar het object zelf. De relatie tussen kijker en kunstwerk wordt daardoor onderdeel vaneen ‘constructie’.
Object en verering: het reliek als zelfportret
Zo gebruik ik in Skeleton / Zelfportret 20 het fenomeen van het reliek, waarbij de relatie tussen het object en de verering daarvan centraal staat. Stikt genomen is het de aanbidder die de kracht legt in het object, want het object zelf heeft geen intrinsieke waarde. Skeleton / Zelfportret 20 is een gouden afgietsel van het bot van mijn rechter bovenarm (de humerus). Dit afgietsel bevat drie kilo goud, waarmee ik de waarde heb verplaatst naar het object zelf. De relatie tussen kijker en kunstwerk wordt daardoor onderdeel van een ‘constructie’.
Zelfportret via heiligverklaring
Bij Declaration of Sanctity / Zelfportret 23 zorgt een notariële akte waarin ik mezelf heilig verklaar voor de context en daarmee voor de noodzakelijke zeggingskracht. In dit werk ‘ontstaat’ een spiegel portret waarbij de kijker moet bepalen waar en hoe identiteit wordt toegevoegd en onttrokken.
Reconstructie door forensisch antropoloog
Naast bovengenoemde ‘metaforische constructies’ van de identiteit geeft ook wetenschappelijk forensisch onderzoek de mogelijkheid tot reconstructie. Met Skeleton / Zelfportret 21 heb ik de mogelijkheden van een ‘forensische reconstructie’ willen onderzoeken en het begrip zelfportret opnieuw willen definiëren. Een forensisch antropoloog ontving anoniem een 3D-kopie van mijn schedel (ware beeld ‘vera icon’) en maakte op basis hiervan een reconstructie van mijn gezicht, gebaseerd op de beschikbare wetenschappelijke documentatie over weefselstructuur, huiddikte en spiergroepen. De reconstructie in klei is daarna in brons gegoten, zodat hij kon worden gepresenteerd als Skeleton / Zelfportret 21. Paradoxaal genoeg is dit een ‘zelfportret’ dat niet door de kunstenaar zelf is gemaakt.
In search of our ‘eternal’ identity
In the Skeleton project, I am searching for our “eternal” identity, the identity that can tell something about who we were even after we die. During life, our external appearance is the most accessible and therefore the most important carrier for our unique identity. We recognize someone by their iris, their face or their unique fingerprint, but that outside does not yet give us a view of our inside and the skeleton that literally holds us up.
The skeleton as a symbol of death
The relationship we as humans have with our skeleton is twofold. On the one hand, the skeleton is tangible and near: we feel it every day and it gives us the ability to move. At the same time, the skeleton is the symbol of death, from which we want to stay as far away as possible when alive. Ultimately, therefore, our skeleton represents life rather than death. It is this metaphor that I want to be able to hold literally in Skeleton.
The symbol of death via a 3D copy
For Skeleton, I had an exact copy of my body made with a high-tech CT scanner. The digital information provided by this scan was then made suitable for reproduction by a 3D printer. This way I can still hold the symbol of my own death in my hands during my lifetime. This three-dimensional copy can be seen as “the true image,” the vera icon.
Modern version of the mirror portrait
Early Italian painters often used a mirror for their self-portraits, creating a Ritratto fallo al specchio or mirror portrait. Because I can have a reproduction of my own skeleton via 3D printing, the Skeleton project gives me new possibilities for the self-portrait. The ‘reflection’ is here – in the absence of an ‘effigy’ – part of a ‘construction’ and thus of one’s position and status as well as the recognition thereof.
Object and worship: the relic as self-portrait
For example, in Skeleton / Self-Portrait 20, I use the phenomenon of the relic, focusing on the relationship between the object and its veneration. Strictly speaking, it is the worshipper who puts the power in the object, for the object itself has no intrinsic value. Skeleton / Self-Portrait 20 is a gold cast of the bone of my right upper arm (the humerus). This cast contains three kilograms of gold, which I used to move the value to the object itself. The relationship between viewer and artwork thus becomes part of a “construction.
Self-portrait via canonization
In Declaration of Sanctity / Self-Portrait 23, a notarized deed in which I declare myself holy provides the context and thus the necessary eloquence. In this work, a mirror portrait “emerges” where the viewer must determine where and how identity is added and subtracted.
Reconstruction by forensic anthropologist
In addition to the aforementioned “metaphorical constructions” of identity, scientific forensics also provides the opportunity for reconstruction. With Skeleton / Self-Portrait 21, I wanted to explore the possibilities of “forensic reconstruction” and redefine the concept of self-portrait. A forensic anthropologist anonymously received a 3D copy of my skull (true image “vera icon”) and based on this, created a reconstruction of my face based on the available scientific documentation on tissue structure, skin thickness and muscle groups. The reconstruction in clay was then cast in bronze so that it could be presented as Skeleton / Self-Portrait 21. Paradoxically, this is a “self-portrait” not made by the artist himself.